31/10/2024
De wielerronde van Het Witte Dorp, een koers met veel hoogtepunten
Door Hans van Houdt
foto is uit het privé archief van Jan Hermes,die hier op kop rijdt.
De wielerronde van Het Witte Dorp werd voor het eerst verreden op de laatste zaterdag in juli 1949. Er waren niet veel wielerkoersen in die naoorlogse periode in Rotterdam. De Ronde van Feijenoord was onbetwist het populairst. Bij deze, traditioneel op Koninginnedag verreden wielerkoers kwamen er op het hoogtepunt bijna 200.000 toeschouwers. Ook bij de wielerrondes van Crooswijk en op Katendrecht stonden er altijd veel toeschouwers. Reden om bij het 25 jarig bestaan van Het Witte Dorp ook een koers om de witte enclave onderaan de Rotterdamsedijk te organiseren. Het feestcomité nam samen met de wielerclub De Rotterdamsche Leeuw de organisatie voor zijn rekening.
Of er bij het eerste evenement veel inwoners van Het Witte Dorp volop hebben genoten, is te betwijfelen. Immers de dag er voor vierden zij in zaal Odeon in de Gouvernestraat het zilveren jubileum van hun woonwijk. Een feest dat duurde tot in de kleine uurtjes, de zon was al op voordat de laatste naar huis terug keerden. Tijdens het feest reikte de voorzitter van het feestcomité, de heer Heij aan 38 families, die vanaf het begin woonachtig waren in Het Witte Dorp een tegeltje uit, waarop was geschreven:
,,Al is ons huisje nog zo klein
Het kan er toch gezellig zijn’’
Dat de bewoners van Het Witte Dorp heel sociaal waren bewezen zij met een afscheidscadeau aan hun melkboer Knaap, die nadat hij 25 jaar hun bezorger van zuivelproducten was geweest, door ziekte met zijn werk moest stoppen. Dezelfde bewoners hadden er tevens voor gezorgd dat het prijzen- en premiegeld voor de renners bij elkaar was gesprokkeld, waarop die eerste keer liefst 77 nieuwelingen en 92 amateurs op afkwamen. Het werd een mooie koers, die liep vanaf de Schiedamseweg beneden, waar de start- en finish lijn was getrokken, de bocht om naar de Franselaan (nu Tjalklaan) om vervolgens via de Barkasstraat terug te keren. Een driehoek, slechts drie bochten en toch was het geen gemakkelijke rondje voor de renners. Scheef liggende kasseien, maar vooral uitstekende putdeksels zorgden voor heel wat valpartijen en lekke banden.
In de jaren vijftig maalde men daar nog niet zo om. Vol enthousiasme ging men de eerste keer van start. De eerste winnaar, de Brabander Piet Verwijmeren maakte direct diepe indruk. De inwoner van Terheijden, die in het zelfde jaar ook de hoog aangeschreven Ronde van Noord-Holland won, ontsnapte met nog dertig ronden te rijden uit het peloton. Hoe de groep ook jacht op hem maakte, hij bleef buiten schot en won met ruime voorsprong. Achter hem eindigde Rotterdammer Toon Blokzijl als derde, voor Arie Geluk
De Ronde van Het Witte Dorp had hiermee zijn naam gemaakt en ook bij deze wielerkoers stond het publiek in de volgende jaren in drommen niet alleen langs de kant, ze zaten op de daken van de witte huisjes, maar ook op het grasveld van de dijk, vanwaar men een mooi uitzicht op de koers had. De vele toeschouwers zagen vanaf hun positie in 1954 een boomlange renner winnen, Schalk Verhoef. Deze Rotterdammer, bijna twee meter lang, woonachtig in de Ruwaarddwarsstraat, was nog maar net amateur. Het verhinderde hem niet in die periode zijn naam definitief te vestigen. Niet alleen won hij Het Witte Dorp, de dag er na was hij op Katendrecht de beste, de woensdag er op schreef hij de hoog gewaardeerde Acht van Chaam op zijn naam en op zaterdag zegevierde hij in Oostvoorne. Vier overwinningen in een week was, vooral in die tijd, een geweldige prestatie. Hoe hij in Het Witte Dorp won zullen de toeschouwers die er bij aanwezig waren ook nooit meer vergeten. Schalk Verhoef, die het jaar daarop kampioen van Nederland werd en een jaar later als derde eindigde in het Wereldkampioenschap in het Belgische Ronse, was vanaf het begin van de strijd in de aanval. Hij maakte deel uit van een kopgroep, maar half koers leken zijn kansen door een lekke band verkeken. Ondanks hij van een toeschouwer een reservefiets kreeg aangeboden. Waarop echter een derailleur was bevestigd, een in die tijd nog verboden attribuut bij een wielerkoers. De jury wilde hem al uit koers nemen, maar net op tijd kon Schalk weer op zijn eigen, inmiddels gerepareerde fiets terug stappen. Met een achterblijver ging hij in de achtervolging, waarbij hij niet alleen het peloton, wat hem door de malheur had terug gepakt, weer achterhaalde, maar direct daar over heen ging, op jacht naar de voortsnellende koplopers. Ook die achtervolging had succes, waarna in de eindsprint Schalk Verhoef de dag bekroonde om met overmacht zijn wiel als eerste over de finishlijn te duwen. Onnodig te zeggen dat deze krachtinspanning diepe bewondering opleverde.
Veel Rotterdammers maakten naam in Het Witte Dorp, de prestatie van Schalk Verhoef zouden zij echter niet evenaren. De broers Joop en Wout Verhoeven reden korte uitslagen, net als Jan van Vliet die in het jaar van Schalk Verhoef als vijfde eindigde. Het jaar er op won Dordtenaar Werner Swaneveld, voor de latere prof Ab Geldermans. Rotterdammer Wil Bravenboer, een geduchte prijswinnaar in die tijd finishte als zesde. Bram Kool uit Delft, ook later nog eens deelnemer aan de Tour de France won in 1957, waarin Jan Hermes als derde en Arie Jongejan als zesde eindigde. Het jaar er op mocht Leen van de Leur met de bloemen naar huis, hij klopte Jan Stolk terwijl Jan Janssen, de eerste Nederlandse Tour de France winnaar, de tiende plaats behaalde.
Begin jaren zestig kwam er de klad in de wielerronde van Het Witte Dorp. De laatste winnaar op dit parcours bij de amateurs werd Gerben Karsten, die ook bekend stond als: ,, De Leidse notariszoon”. Karsten, ook een goede schaatsenrijder en later een heel goede beroepsrenner, die een aantal malen meereed in de Tour de France, won in 1960 bij de nieuwelingen, in een jaar waarin er geen amateurs reden. Het jaar er op stond deze categorie wel aan de start en opnieuw won Karsten, nu als amateur. De omstandigheden waren echter tekenend dat jaar. Regen zorgde voor veel valpartijen. Al vroeg in de koers ging Karsten op avontuur in gezelschap van Rotterdammer Jan Stolk, die driemaal ten val zou komen. Er waren maar zestien uitrijders, waarvan de meeste een of meerder malen door Karsten werden gedubbeld. Bij de nieuwelingen won dat jaar trouwens de latere wereldkampioen Eef Dolman.
Nog een paar maal zou de ronde van Het Witte Dorp worden georganiseerd, echter niet meer om Het Witte Dorp heen. De koers verhuisde naar de nabij gelegen wijk Oud-Mathenesse, waar nog tweemaal de amateurs in actie kwamen. Johnny Brouwer was een van de winnaars. De zwager van Theo Sijthof klopte Peter Heynig en Gaby Minneboo. De laatste winnaar werd Mart van Groezen, evenals de allereerste winnaar in Het Witte Dorp Piet Verwijmeren afkomstig uit Brabant. Hij klopte Joop Zoetemelk, de tweede Nederlandse Tour de France winnaar. Zo was de cirkel rond en eindigde een mooie wielerhistorie.